De Kempen mag niet de dupe worden van Oosterweel

10 mei 2017

De Kempen mag niet de dupe worden van Oosterweel

 

Het Oosterweeldossier, dat de mobiliteit in en vooral om Antwerpen moet verbeteren, komt na jaren stilaan in zijn uitvoeringsfase. Velen kijken er naar uit. Maar het hele traject kost wel handenvol geld.

Hierdoor dreigen wellicht noodzakelijke mobiliteitsinvesteringen voor de Kempense regio op de lange baan te komen. De huidige verbeterings- en onderhoudswerken aan de E-34 en oplossingen voor aansluitingen op de Antwerpse ring zijn voor de Kempen belangrijk. “Maar er dient meer te gebeuren dan dat”, zegt Volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten die steeds aan die kar van goede mobiliteit in de Kempen heeft geduwd. “Er is duidelijk nog werk aan de winkel”.

Mobiliteit is steeds een voornaam maatschappelijk aandachtspunt geweest en wordt steeds belangrijker. Te vaak wordt dit echter vertaald naar een mobiliteit voor de auto. Het wordt tijd dat dit omgegooid wordt. Die mentaliteitswijziging zet zich stilaan in. Maar er is meer nodig dan dat. Belangrijk daarbij is dat ook het aanbod van openbaar vervoer, veilige fiets-en voetpaden en rijwegen vergroot en verbetert.

Beter openbaar vervoer

Meer en meer mensen willen op zoek gaan naar alternatieven voor hun verplaatsingen met de wagen. De overheid moet dit ondersteunen en de nodige voorzieningen hiervoor creëren. Op de eerste plaats denken we hierbij aan het openbaar vervoer.

Servais Verherstraeten: “Het openbaar vervoer krijgt terecht een zeer belangrijke plaats in de verplaatsingen van mensen. Daarom was het ook jammer dat De Lijn haar vervuilende bussen van Antwerpen, bij de invoering van de lage emisiezone in de stad, naar de Kempen stuurde. Gelukkig heeft men de voorbije maand die oude stellen vervangen door nieuwe en propere bussen. Terecht! Want ook in onze regio is een milieuvriendelijk openbaar vervoer een vereiste.”

Een betere mobiliteit vereist goed openbaar vervoer. Het netwerk van De Lijn verdient zeker nog verbetering. Slimme investeringen in onze regio en de realisatie van nieuwe verbindingen moeten meer aansluitingen geven zodat het comfort voor de gebruikers verbetert en er zodoende ook nieuwe klanten kunnen aangetrokken worden. Niet alle investeringen voor de Lijn moeten geënt zijn op de stad Antwerpen.”

E 34 moet volledig uitgevoerd worden

Servais Verherstraeten: “Naast een beter en uitgebreider openbaar vervoer dient uiteraard ook de huidige verkeersinfrastructuur te worden aangepakt. Een structurele oplossing voor de verkeersknoop in Ranst, de visie op een grotere capaciteit voor E-313 zijn niet alleen een meerwaarde voor een betere mobiliteit voor de Kempen maar voor de ruime regio. De E-34 kent momenteel een opknapbeurt richting Ranst. Sinds 10 april is men met die werkzaamheden bezig en die zullen nog tot midden juli duren. Dat is goed en noodzakelijk. Maar het mag niet beperkt blijven voor het gedeelte tussen Turnhout en Antwerpen. Een aanpak tot in Postel, de grens met Nederland, moet ook gebeuren.”

Niet de dupe

Servais Verherstraeten: “We moeten waakzaam zijn dat de Vlaamse overheid niet al haar centen, die voor openbare werken bestemd zijn, uitsluitend in de Antwerpse oplossingen steekt. “De realisatie van Oosterweel is belangrijk voor héél Vlaanderen en niet enkel de Kempen mag hiervoor mee de rekening betalen. Ook in onze regio moet Vlaanderen blijven investeren in de verbetering van de wegeninfrastructuur. Ik denk daarbij maar aan de noodzakelijke realisatie van betere ietsvoorzieningen langs de gewestwegen.”

Blijvende aandacht voor de trein

Om oplossingen te geven aan het mobiliteitsvraagstuk is uiteraard ook het spoor belangrijk. “De elektrificatie van de spoorlijn tot in Mol heeft onze regio meer mogelijkheden gegeven in de ontsluiting van onze streek. Het heeft bijgedragen tot betere stiptheid en is bovendien milieuvriendelijk” stelt Servais Verherstraeten. “De steun vanuit de streek en in het bijzonder van de werkgroep ACV-spoor hebben bijgedragen tot deze vooruitgang. Vanaf december 2017 komt er nog een bijkomende piekuurtrein van Brussel richting Mol. Ook de verbetering van de stiptheid van Brussel naar Turnhout werd toegezegd.”

De plannen voor een extra studententrein naar Leuven is voor de Kempense studenten ook een verbetering. “Studenten hebben dan vanuit Mol, Geel, Olen, Herentals, Bouwel en Nijlen zo voortaan 2 rechtstreekse treinen op zondagavond naar Leuven”, aldus Servais.

Dat vanaf december 2017 voortaan elk uur een verbinding naar Hasselt komt vanuit Mol is ook goed nieuws. De ontsluiting naar Limburg geeft ook voor onze regio opportuniteiten.

Daarom is het pleidooi voor een verdere elektrificatie naar Hamont en Hasselt meer dan terecht. Het comfort voor de reizigers wordt hierdoor sterk verbeterd. Belangrijk daarbij is dat uit berekeningen blijkt dat de elektrificatie van de lijn Mol-Hamont op 4 à 5 jaar tijd kan terugverdiend worden. Want de inzet van de duurdere dieseltreinen verdwijnt en er zijn minder treinstellen nodig. Dit zorgt tevens voor een positief effect voor het milieu en vermindert de geluidshinder voor de omwonenden.

Door de investeringen van de voorbije jaren in de stationsomgevingen van Mol, Geel en Olen is er in de Kempen een opmerkelijke vooruitgang in de infrastructuur. Het comfort voor de reiziger is duidelijk verbeterd. “Maar een verdere opwaardering en invulling van de stationsomgeving is ook enorm belangrijk voor de stadsontwikkeling zowel in Turnhout als Herentals”, stelt Servais Verherstraeten. “Er is, zonder discussie, nog werk voor de dienstverlening van de NMBS en Infrabel in onze streek. We moeten aandachtig blijven en op de nagels van een sterk openbaar vervoer blijven kloppen Een goed, gevarieerd en eigentijds mobiliteitsaanbod in de Kempen is nodig.”

 

“Een goed, gevarieerd en eigentijds mobiliteitsaanbod in de Kempen is nodig” , stelt Servais Verherstraeten.

 

BijlageGrootte
Interview Visie - 05.05.17484.92 KB