Debat in de Kamer over 'terreur'.

27 november 2015

Debat in de Kamer over 'terreur'.

 

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de voorbije week hebben wij ondervonden welke de gevolgen zijn van terreurdreiging, niet alleen voor onze veiligheids- en inlichtingendiensten — aan wie ik hulde breng voor moeilijk werk in uiterst moeilijke omstandigheden — maar voor onze hele samenleving. Wij hebben ondervonden welke impact een algemeen dreigingsniveau 4 heeft op onze samenleving, in het bijzonder op het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op het dagelijks leven van veel Brusselaars en veel bezoekers van Brussel.

 

De camera’s van de hele wereld staan op ons land gericht en jammer genoeg geven ze geen positief beeld. Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega’s, ik verzet mij tegen degenen die een beeld ophangen van ons land of die ons land kapittelen als een failed state. Zij dwalen. Ja, wij hebben in ons land aanslagen gekend, recent zelfs in Brussel. Elke aanslag en elk slachtoffer is er een teveel. Gelukkig hebben die aanslagen niet de omvang van de aanslagen in Parijs, New York of andere Europese hoofdsteden. Wij hebben de veiligheid van onze mensen, burgers en landgenoten, gegarandeerd; onze instellingen functioneren wel en onze openbare dienstverlening ook. Wij zijn geen failed state.

 

Onze veiligheidsdiensten en onze inlichtingendiensten hebben in alle onafhankelijkheid — ik herhaal: in alle onafhankelijkheid — beslissingen genomen, keuzes gemaakt en adviezen verleend. Ik betreur het dat sommige collega’s de onafhankelijkheid van die personen en de oprechtheid waarmee zij, in moeilijke omstandigheden, adviezen hebben verleend, wensen te verpolitieken. Dat is niet correct.

 

De regering nam de maatregelen op basis van de adviezen die zich opdrongen en deed wat moest gebeuren. Uiteraard moeten wij op onze hoede blijven. Uiteraard bestaat er geen honderd procent veiligheid. Wij hebben te maken met criminaliteit — ik herhaal: criminaliteit— zonder grenzen, zonder nationaliteit, onvoorspelbaar en oncontroleerbaar. Natuurlijk zijn mensen ongerust; wij moeten daar ook begrip voor opbrengen, maar wij moeten die ongerustheid niet voeden. Cruiseschepen die hier niet meer aanmeren, schoolkinderen die geen fluohesje meer mogen dragen, kleinere activiteiten in de periferie van ons land die worden afgelast, dat duidt misschien wel op overreactie.

 

Mijnheer de eerste minister, u hebt maatregelen genomen op korte termijn. Ook andere instellingen hebben dit gedaan. Het Comité P en het Comité I zijn begonnen met hun onderzoek en komen eind februari met hun eerste resultaten. Collega’s, laten wij dus geen voorbarige conclusies trekken alvorens deze rapporten in deze Kamer voorliggen.

 

Wij moeten wel conclusies trekken uit de verslagen die zij wel al hebben neergelegd. Een van de recente verslagen gaat over het functioneren van onze politiediensten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, meer in het bijzonder in bepaalde wijken waar een kloof bestaat tussen de politie en de bevolking. Daar heerst een gebrek aan vertrouwen tussen de bevolking en de politie, terwijl dat zo cruciaal is voor informatievergaring. Ik vraag u en de bevoegde minister om op basis van dit verslag concrete maatregelen te nemen. Ik vraag u ook om de negentien aangekondigde maatregelen zo snel mogelijk allen samen te implementeren opdat ze zo snel mogelijk effect hebben op het terrein.

 

Naast maatregelen op korte termijn hebben wij ook behoefte aan maatregelen op de lange termijn. U hebt er negentien aangekondigd. Ik stel voor dat wij er daar nog twintig of meer aan toevoegen. Wij moeten het vertrouwen herstellen. Dat doen wij niet alleen met communicatie. Dat vergt niet alleen een inspanning van de federale regering, maar van alle overheden in ons land.

 

Het vertrouwen herstellen, dat doen wij ook door inzicht te krijgen in de manier waarop jonge mensen, op een paar weken of maanden tijd, van burgers, soms met kleine en minder kleine vergrijpen, tot terroristen verworden. Terroristen zijn voor mij criminelen. Criminaliteit heeft niets met geloof te maken. Criminaliteit heeft niets met welke heilige schrift dan ook te maken. Criminaliteit heeft te maken met een fundamenteel gebrek aan respect voor alle andere mensen.

 

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat jonge mensen zich op een paar maanden tijd achter Islamitische Staat scharen terwijl zij op televisie kunnen zien tot welke barbarij die aanleiding geeft?

 

Het vertrouwen herstellen, mijnheer de eerste minister, betekent dan ook op de eerste plaats het vertrouwen herstellen tussen mensen, het vertrouwen herstellen tussen bevolkingsgroepen. Dat gebeurt uiteraard met behulp van politie en Justitie, vandaag meer dan ooit. Maar dat gebeurt ook met behulp van ouders, leerkrachten, werkgevers, imams, straathoekwerkers, zorgverstrekkers. Dat gebeurt door ketenaanpak waarbij wij de lokale gemeenschappen zullen moeten betrekken.

 

Counterradicalisering is nodig. Die moet verder reiken dan alleen terrorismebestrijding.

 

Collega’s een samenleving is niet mogelijk zonder vertrouwen. Wantrouwen tast het sociaal weefsel aan.

 

Mijn vragen aan u, mijnheer de eerste minister, zijn dan ook de volgende. Wat zijn de concrete resultaten van de maatregelen die u reeds hebt uitgevaardigd? Wat zult u nog meer doen op korte termijn? En vooral, wat zult u nog meer doen op de lange termijn?

 

 

 

Repliek :

 

Mijnheer de voorzitter, indien het mij toegestaan is, wil ik een heel klein persoonlijk feit inroepen.

 

Alle vormen van terrorisme hebben zich doorheen de eeuwenlange geschiedenis altijd op ideologieën en af en toe op religie geënt. Ik weiger te aanvaarden dat criminelen dat gegeven als dekmantel of alibi gebruiken. Ik weiger een amalgaam te maken van vluchtelingencrisis, terrorisme en religie, van welke oorsprong dan ook.

 

Mijnheer de eerste minister, het woord dat ik in het huidig debat het meest heb horen uitspreken, is koelbloedigheid. Dat is ook terecht.

 

Dat woord geldt inderdaad voor de huidige regering, maar het geldt ook voor alle andere regeringen. Collega’s, mag ik ook stellen dat het voor ons, parlementsleden, allemaal geldt? Laten wij ook de koelbloedigheid bewaren. Indien wij ze immers niet bewaren, hoe kunnen wij dan de bevolking geruststellen en, zoals hier daarnet terecht is gevraagd, zo snel mogelijk, ook in Brussel, het gewone dagelijkse leven hernemen? Aldus kunnen wij en iedereen met een gerust gemoed een pint drinken. Ik doe dat nu en hoop dat ook de anderen dat kunnen.

 

Collega’s, mag ik nog een oproep aan u doen?

 

De komende weken zal links en rechts misschien fragmentaire informatie opduiken. Laten wij daar geen voorbarige conclusies uittrekken. Laten wij geen voorbarige conclusies trekken uit fragmentaire informatie. Laat het Comité P en het Comité I in volle onafhankelijkheid hun werk doen, zoals zij dat in het verleden altijd met veel expertise hebben gedaan. Laten wij daarna uit hun conclusies en aanbevelingen de lessen trekken.

 

Collega’s, vroeg of laat zullen de voortvluchtige criminelen worden gevat. Op dat moment zal het probleem nog altijd niet opgelost zijn. Wij zullen waakzaam moeten blijven en wij zullen vooral een weerbaar bestuur moeten hebben binnen de grenzen van de rechtstaat, die het tegen terrorisme wapent.

 

Mijnheer de eerste minister, ik heb er vorige week heel uitvoerig over gesproken en ik heb er daarnet even naar verwezen. Er kunnen geen grotere aanleidingen meer zijn dan de feiten van vorige week en dan het vernietigend rapport van het Comité P om de Brusselse politie te herorganiseren Ik verwacht van uw regering en van de minister van Binnenlandse Zaken, in overleg met de burgemeesters en de Brusselse Hoofdstedelijke regering, initiatieven en stappen vooruit. Dat lijkt mij noodzakelijk.

 

Vooral verwacht ik echter van ons allen investeringen in het samenleven en in het herstellen van het vertrouwen tussen mensen