"Het enige waar we bang voor moeten zijn, is de angst zelf."

25 maart 2016

"Het enige waar we bang voor moeten zijn, is de angst zelf."

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, dinsdag hebben wij allemaal een dag meegemaakt waarvan wij hoopten dat die zich nooit zou voordoen, maar waarvan wij vreesden dat wij er vroeg of laat toch mee zouden worden geconfronteerd.

Nooit kwam zoveel terreur zo dichtbij, bij mensen die met vakantie vertrokken, bij mensen die naar het werk gingen of naar school. Onze gedachten gaan dan ook in de eerste plaats uit naar de slachtoffers en naar hun familie en vrienden. Zij zijn allemaal onschuldige slachtoffers van verschillende nationaliteiten, van verschillende politieke, filosofische of religieuze overtuigingen en van verschillende afkomst. Aan degenen die de tragedie hebben overleefd, wensen wij een spoedig herstel toe.  

Ik dank de vele hulpdiensten die schitterend werk hebben geleverd in heel moeilijke omstandigheden en de talrijke vrijwilligers die spontaan hulp aanboden en slachtoffers verzorgden.

Collega's, wij zijn overmand door verdriet, woede en verontwaardiging. Ja, wij zijn aangeslagen, maar wij zijn niet verslagen. Wij zullen de draad oppikken en alles in het werk stellen om aanslagen als deze in de toekomst te voorkomen. Dat is onze verantwoordelijkheid. Daarbij past uiteraard enige bescheidenheid. Absolute veiligheid bestaat niet, maar wij moeten er wel naar streven, door realistisch te zijn, door niet te polariseren en vooral door in dialoog te gaan met wie onze samenleving respecteert en onze normen en waarden deelt. Wij moeten niet een hele gemeenschap als verdacht zien, maar wij zullen wel de extremisten de pas afsnijden.

Collega’s, er is de voorbije maanden veel geïnvesteerd in veiligheid. Er zijn heel veel maatregelen getroffen. Alle fracties in deze assemblee zullen met bekwame spoed de nodige besprekingen in de commissies aanvatten om de maatregelen zo snel mogelijk in werking te laten treden. 

Mijnheer de eerste minister, daarnet hebt u voor het Paleis der Natie gezegd dat de slachtoffers antwoorden verdienen. Aanslagen als deze roepen inderdaad vragen op, wegens de links met ons land. Er zijn vragen omtrent het functioneren van onze veiligheidsdiensten, omtrent de aanpak van het jihadisme. Hadden wij dit kunnen voorkomen? De regering en het Parlement zullen samen een antwoord bieden op die vragen, met de geëigende democratische instrumenten. Er zal dan ook een parlementaire onderzoekscommissie worden opgericht, die in volle transparantie het nodige onderzoek zal doen.

Collega’s, de misdadigers die het hebben overleefd, hun handlangers, hun medeplichtigen zullen hun strenge straf niet ontlopen. Ook repressie is absoluut noodzakelijk en een antwoord op deze aanslagen. Naast repressie moet er ook preventie en integratie zijn, opdat mensen echt samenleven en iedereen die in België verblijft, zich ook thuis kan voelen en kansen kan krijgen. Wij verwachten echter dat men die kansen dan ook grijpt.

Wij zijn het aan de slachtoffers en de nabestaanden verplicht de risico’s te beperken. Veiligheid is een fundamenteel recht in onze samenleving. Wij hebben geen andere optie dan die kernwaarde van de samenleving te versterken. Dat zullen wij, de regering en onze assemblee, de komende maanden en jaren vastberaden doen. Ik verwijs immers naar de vroegere woorden van de Amerikaanse president Roosevelt: “Het enige waar wij bang voor moeten zijn, is de angst zelf.”