IJzeren Rijn

31 januari 2018

IJzeren Rijn

 

Mijn repliek op het antwoord van Minister Bellot op de studie omtrent de Ijzeren Rijn :


Ik ben het ermee eens dat de studie een gemeenschappelijke basis kan vormen om te onderhandelen met de andere overheden, waarbij een initiatief van de Vlaamse regering ook relevant is.

 

Om de Ijzeren Rijn te realiseren, moeten er op Belgisch grondgebied passeersporen worden toegevoegd of verlengd, dat er elektrificatie komt tussen Mol en Hamont en een dubbel spoor op het deel tussen Mol en Hamont waarop dat nog niet het geval is. U ziet die twee dossiers los van elkaar, leid ik af uit uw antwoord. Ik vind dat zeer relevant; het ene hoeft niet op het andere te wachten. U kent mijn standpunt daarover en dat van onze fractie: het personenvervoer moet voorrang krijgen op het andere vervoer.

 

In de studie staat ook dat er vergunningen noodzakelijk zijn, met onder meer een milieueffectenrapport. Als er negatieve effecten zijn voor de omgeving, moeten er risico­beperkende maatregelen worden genomen om de gevolgen te verzachten. Ik wijs er nog op dat men suggereert bijkomende studies uit te voeren inzake lawaai, landschap, luchtkwaliteit, trillingen, natuur en verkeer. Dat is vereist, zodra er meer gebruik zou worden gemaakt van het bestaande spoor of er een bijkomend spoor zou worden aangelegd. Dat bevestigt ook de studie van het IOK ter zake.

 

Hoe dan ook ben ik vragende partij om bij meer goederenvervoer – dat staat los van het feit dat personenvervoer voor mij prioritair blijft - compenserende maatregelen voor de omgeving absolute prioriteit te geven, samen met de realisatie van het dossier.


U leest het integraal verslag hier :