Verklaring in de Kamer nav terreurdaad in Parijs

20 november 2015

Verklaring in de Kamer nav terreurdaad in Parijs

 

 

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de voorzitter, geachte collega’s,

Het is de tweede keer dit jaar dat wij bijeenkomen om ons medeleven te betuigen aan de families van slachtoffers van afschuwelijke daden in Parijs.

Toch heeft dit vandaag een andere betekenis dan na de aanslag op Charlie Hebdo. Hier ging het niet om het specifieke doelwit, hier ging het om de ambitie zoveel mogelijk slachtoffers te maken, ongeacht hun geloof, ongeacht hun politieke overtuiging, ongeacht hun afkomst. Onschuldige mensen. Mensen die zoals u en ik wilden genieten van een concert, een voetbalwedstrijd, of een glaasje rode wijn.

Mijnheer de eerste minister, wij sluiten ons aan bij uw terechte dank en respect voor de politiemensen, hulpverleners en vrijwilligers die in zeer moeilijke omstandigheden hun leven riskeerden en heldendaden begingen.

Collega’s, de aanslag van vrijdag jongstleden was een aanslag op onze manier van leven, op onze open, democratische, pluralistische, samenleving. Ja, wij hebben meningsverschillen, maar wij beslechten die met woorden, met normen, met waarden, met wetten en met het gerecht. Niet met aanslagen, niet met kalasjnikovs, niet met bommengordels. Dat onderscheidt ons van terroristen. Dat moet zo blijven, en dat zal zo blijven!

Die aanslagen, of zij plaatsvinden in Parijs, Beiroet of elders in de wereld, zijn schokkende ervaringen. Zij maken ons bang voor wat er morgen of overmorgen zou kunnen overkomen.

Collega’s, laat de angst echter niet regeren. Hoe moeten we reageren? Door realistisch te blijven, door te nuanceren en niet te radicaliseren, niet door te polariseren, niet door mensen tegen elkaar op te zetten maar wel door mensen bij elkaar te brengen, door dialoog en door de hand te reiken aan al diegenen die samen met ons op een vreedzame wijze willen participeren aan onze samenleving.

Collega’s, een paar maanden geleden waren we terecht tevreden over onze veiligheidsmensen na hun prestaties in Verviers. Dat was terecht. Nu is dat misschien niet het geval. Nu zijn er vragen. De aanslagen in Parijs roepen vragen op, temeer daar er linken zijn naar onder meer ook ons land. Alle camera’s zijn op ons gericht, in de hoofdstad van Europa. Dan is het terecht dat we ons vragen stellen over functioneren, over de veiligheids-, politie- en justitiediensten, over de aanpak. Laat ons onderzoek doen, collega’s, maar niet om zwarte pieten te zoeken, niet om politiek te recupereren, wel om lessen te trekken uit die gebeurtenissen en te voorkomen waar dat mogelijk is.

Dat hebben we reeds gedaan. Onze diensten, de Comités  P en I, hebben reeds diverse rapporten opgesteld met betrekking tot de materies waarover we vandaag debatteren. Ze hebben aanbevelingen gedaan aan de regering die daar ook antwoorden op heeft geboden. We zullen die antwoorden ook de komende weken, maanden en jaren bieden. Er zijn heikele punten, laat ons dat toegeven. Er zijn heikele punten met betrekking tot de informatievergaring en de doorstroming die zo cruciaal zijn voor het opsporen van terroristen en terroristische netwerken. Laat ons die vragen stellen. Het is goed dat de Comités  P en I spontaan onderzoek zullen voeren. Laat ons hun werk – ze zijn erin gespecialiseerd – afwachten om vervolgens te bekijken welke initiatieven nog nodig zijn en hoe we herhalingen kunnen voorkomen.

Het gaat niet alleen om informatievergaring in ons land, maar ook om informatievergaring en –doorstroming in en tussen andere landen. Ook die dienen onder de loep genomen te worden. Het antwoord op vrijdag jongstleden is meer samenwerking, meer Europa, een beter Europa, een sterker Europa en niet minder Europa.

Mijnheer de eerste minister, uw regering heeft na Charlie Hebdo snel en adequaat gereageerd. Nadat u reeds 12 maatregelen, waarvan er ondertussen al 11 volledig in uitvoering zijn, hebt doorgevoerd, kondigt u ook nu weer nieuwe maatregelen aan. U kunt dat zo snel doen omdat u, met uw regering, met uw ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie, reeds voorbereidingen hebt gemaakt vóór de aanslagen van Parijs. Daarom kunt u nu kort op de bal spelen.

U hebt terecht aangehaald dat het niet alleen om wetten gaat. Wij kunnen hier in dit Parlement wetten stemmen, maar het is ook een zaak van mensen en middelen. Wij steunen uw ambitie om een amendement in te dienen om de begroting aan te passen en in extra middelen te voorzien voor die diensten die rechtstreeks aan onze veiligheid gerelateerd zijn. Dat is absoluut noodzakelijk. Het is ook goed dat men voor de Veiligheid van de Staat in tijden als deze 77 extra aanwervingen doet. Dat lijkt mij absoluut noodzakelijk. De maatregelen die u aankondigt, zijn goed. Ze zullen ook in overeenstemming zijn met ons recht, onze Grondwet en het internationaal recht ter zake.

 

Mijnheer de eerste minister, u hebt terecht aangehaald dat die maatregelen niet exhaustief zijn. Mag ik er, namens onze fractie, dan ook nog enkele aan toevoegen? Wij weten allemaal dat er in ons land en in Brussel een probleem is met illegale wapenhandel. Dat probleem verdient een zeer ferme aanpak. Wij weten allemaal dat twee jaar geleden negen verdachten die betrokken waren bij illegale wapenhandel, door procedureproblemen vrijuit zijn gegaan.

Ik verwijs ter zake naar het voorstel van collega Becq waarin we suggereren om ook illegale wapenhandel te laten onderzoeken via telefoontap. Dat kan met respect voor de privacy en voor de rechten van de verdediging, via de filter van de onderzoeksrechter. De illegale wapenhandel moet keihard worden aangepakt.

Dan kom ik tot een niet zo gemakkelijk probleem, mijnheer de eerste minister: de organisatie van onze politie in Brussel. Het is echter niet omdat het gevoelig ligt en niet gemakkelijk is, dat we het onbesproken moeten laten. We hebben met de zesde staatshervorming stappen vooruit gezet door extra bevoegdheden te geven aan de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We zijn niet doof voor de stemmen van lokale burgemeesters die hameren op nabijheidspolitie en wijkwerking. We zijn evenmin doof voor het feit dat Watermaal-Bosvoorde en Ukkel totaal iets anders zijn dan Kuregem of Molenbeek. Maar dat is in Antwerpen ook zo, met enerzijds Berendrecht en Wilrijk en anderzijds bijvoorbeeld Borgerhout.

Londen telt meer dan 8 miljoen inwoners en heeft een politiezone. New York telt 11 miljoen inwoners en heeft een politiezone. Het is perfect mogelijk om gespecialiseerd en meer gecentraliseerd te werken en toch een fundamenteel sterke lokale wijkwerking te hebben.

Terloops: we hebben nu zes politiezones. Het argument van sommige collega-burgemeesters is dat die wijkwerking er moet zijn. Wel, verslagen van het Comité P hebben aangetoond dat in Kuregem en in sommige wijken van Molenbeek zeer goed politiewerk geleverd wordt, en zelf wil ik daar nog de zone West aan toevoegen. Laat dat ook gezegd zijn. Die zes politiezones vormen echter geen garantie op een goede lokale werking.

 

Mijnheer de eerste minister, dit vergt geen wet die door het Parlement gesluisd moet worden. Dit vergt een aanpassing van een koninklijk besluit, in Ministerraad overlegd na advies.

U hebt daarnet terecht gezegd dat wij moeten overleggen met de Gewesten en de Gemeenschappen. U hebt de hand gereikt aan de collega's van de oppositie. Wij willen een betere organisatie van de politie in Brussel en wij willen dat doen in overleg met het Gewest en met de burgemeesters.

Tragische incidenten als dezen moeten een aanleiding zijn om stappen vooruit te zetten. Onze fractie doet een oproep tot meer coördinatie en meer samenwerking en voor een fusie van de politiezones in onze hoofdstad Brussel.

We doen dit niet omdat wij stellen dat met een zone de feiten in Parijs zich niet zouden hebben afgespeeld. Zoiets beweren zou nogal kras zijn. Wij huisvesten de NAVO, het Europees Parlement en de Europese Commissie. Er zijn regelmatig Europese Toppen. Wij kunnen ons niet permitteren om risico's te nemen, niet voor onze burgers en niet voor allen die in deze hoofdstad belangrijk privé- en publiek werk verrichten.


Mijnheer de eerste minister, u hebt gesproken over overleg met de deelstaten. Veiligheid is inderdaad niet het exclusieve domein van politie en Justitie. Het is niet alleen repressie, het is niet alleen law and order. Het verdient een integrale aanpak en daarin spelen andere overheden ook een belangrijke rol inzake preventie en integratie.

Mag ik ter zake een suggestie doen aan alle politici in deze Assemblee die actief zijn in Brussel en omgeving? In Vlaanderen is de integratie van nieuwkomers verplicht, met taal- en inburgeringscursussen. Dat is een goede zaak. In Brussel is dat niet het geval. Er is een bestuursakkoord in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die stappen vooruit wil zetten. Ik doe een oproep aan u allen.

Ik doe zelfs een oproep voor meer, mijnheer de eerste minister. Overleg met de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en met de Franse Gemeenschap om overal in ons land een integratietraject verplicht te maken, zodanig dat de nieuwkomers de kans krijgen om te integreren. Geef hun het aanbod, zodat zij het voorbeeld kunnen volgen van zovele moslims en andere allochtonen in ons land die hier zijn komen wonen, werken en samen met ons onze normen en waarden uitdragen. Reik hen de hand, maar maak integratie ook verplicht en overleg daarover.

Collega’s, ik rond af. Absolute veiligheid bestaat niet. Er zullen altijd veiligheidsrisico’s zijn, zeker in de internationale context van vandaag. Wij zijn het echter verplicht aan de slachtoffers van Parijs, Beiroet en overal ter wereld om de risico’s te beperken. Er is geen ander alternatief dan moedig en volhardend voort te gaan, met bescherming van de kernwaarden van onze rechtsstaat. Wij moeten wie die waarden wenst te bestrijden, hard aanpakken.

Mag ik verwijzen naar de woorden van Amerikaans president Franklin Roosevelt? "Het enige waar wij bang voor moeten zijn, is de angst zelf". Met die gedachte in ons achterhoofd moeten wij samen met de Gemeenschappen en de Gewesten, samen met de oppositie, doen wat nodig is en wat de bevolking van ons verwacht.