CD&V wil de mogelijkheid van het gerecht om DNA-stalen af te nemen uitbreiden. Het wetsvoorstel van Kamerlid Servais Verherstraeten laat onderzoeksrechters toe om een DNA-afname te bevelen wanneer het strafonderzoek ondanks aangetroffen DNA op een dood spoor dreigt te belanden. Onder strikte voorwaarden kan in die situatie een grotere groep personen onderworpen worden aan DNA-afname.

DNA-onderzoek zorgde in het verleden al vaak voor een doorbraak in gerechtelijk onderzoek. Zo leidde een grootschalige afname van DNA van 150 bereidwillige mannen in de regio van Mol in 2010 tot de identificatie van een serieverkrachter. Recenter zorgde DNA-onderzoek van bloed op een jeansbroek tot een ontknoping in de moordzaak rond Jules Bogaerts (81) en echtgenote Jeanne Jacobs (78), die al sinds 1991 aansleepte. Ook in Nederland leidden DNA-sporen in de moordzaak rond 11-jarige Nicky Verstappen in 1998 naar een verdachte.

Verherstraeten: “Vele zaken komen door de strenge wetgeving over DNA-afnames op een dood spoor te zitten. Soms blijven gevaarlijke misdadigers zo op vrije voeten. Bovendien bemoeilijkt dit het verwerkingsproces van slachtoffers of nabestaanden. Bij zeer ernstige misdrijven, zoals verkrachtingszaken, terrorisme of mensenhandel, lijkt het ons daarom opportuun om de mogelijkheden van de onderzoeksrechter om DNA-stalen te bevelen uit te breiden.”

De wet vereist vandaag een aanwijzing van rechtstreekse betrokkenheid van een persoon voor een bevel tot afname. Het voorstel van CD&V wil de wet in geval van zware misdrijven versoepelen, zij het onder strikte voorwaarden.

Ons voorstel is geen vrijbrief om de rechten van individuen in te perken,” zegt Verherstraeten. “Een bevel voor een DNA-staal moet nog steeds aan strikte criteria voldoen.”

  • Eerst en vooral dient het bevel van de onderzoeksrechter uit te gaan. 
  • Daarnaast is heet noodzakelijk dat er sporen aangetroffen zijn waarmee het afgenomen DNA-materiaal vergeleken zal worden.
  • De DNA-stalen zullen niet overgezonden worden naar de nationale DNA-databanken.
  • Een andere voorwaarde is dat de betrokkene dient te behoren tot een welomschreven groep waarvan de afname van celmateriaal cruciaal kan zijn voor de voortgang van het onderzoek.
  • Ten slotte geldt deze soepelere wetgeving enkel in onderzoek naar zeer ernstige misdrijven waarvoor ook de opslag van het DNA-profiel in geval van veroordeling mogelijk is, zoals terrorisme, mensenhandel of verkrachting.

Verherstraeten benadrukt ook dat het voorstel conform de Europese regelgeving is. “Uiteraard houden we de waarborgen van het individu in dit alles steeds voor ogen. Bovendien kan een weigering van een DNA-staal mag op zich niet leiden tot verdenking.”

Eerder diende de CD&V-fractie ook een voorstel dat mogelijk maakt om aan veroordeelden van terreur-, zeden- en geweldmisdrijven na strafeinde bijkomende voorwaarden op te leggen. “Het vrijkomen van veroordeelde gedetineerden zonder enige voorwaarde of opvolging stelt een ernstig risico. Hierdoor verliest het gerecht alle controle over deze vaak zwaar veroordeelden, die soms nog een gevaar vormen voor de samenleving. Dit voorstel komt aan dit probleem tegemoet,” aldus Verherstraeten.